LET OP! Heb je een andere etnische afkomst dan een kaukasische afkomst? Dan gelden er lagere BMI-grenzen.


Alles over BMI
We hebben belangrijke informatie over BMI voor je op een rijtje gezet. Alle informatie vind je hieronder.
Gebruik ook onze BMI-calculator en ontdek hoe je er op dit moment voor staat.
Informatie over BMI
- BMI-categorieën
- Vrouwen en mannen
2.1 Spiermassa vs. vet
2.2 BMI en ouderdom
2.3 Tailleomtrek en gezondheidsrisico
2.4 Taille-heup-ratio
2.5 Taille-lengte-ratio - Etnische afkomst
3.1 Onderzoek en aanbevelingen
3.2 Diabetes bij een laag BMI
3.3 Abdominale obesitas
3.4 Vrouwen en etnische afkomst
3.5 Lagere BMI-grenswaarden in andere landen - Kinderen en jongeren
- Complicaties – Zo gevaarlijk is overgewicht
BMI-calculator
BMI = gewicht in kilogram / lichaamslengte x lichaamslengte in meters.
Voorbeeld: Je weegt 90 kg en bent 1,80 m lang:
90 / (1,80 × 1,80) = BMI 27,77
BMI-grenswaarden voor overgewicht en obesitas, rekening houdend met etnische afkomst
De BMI-grenswaarden van LIVET volgen de richtlijnen van de Britse instantie NICE* voor overgewicht en obesitas. Hierin wordt rekening gehouden met recent onderzoek dat de drempelwaarden voor overgewicht en obesitas onderscheidt op basis van etnische afkomst.
– Het NICE stelt een BMI-grenswaarde van 35 vast voor afslankmedicijnen (behandelindicatie), wat ook de drempelwaarde is voor de vergoeding van het medicijn in Groot-Brittannië. LIVET volgt deze BMI-behandelindicaties niet, omdat die gelden voor de vergoeding, maar volgt de BMI-grenswaarden voor overgewicht en obesitas.
BMI-grenswaarden die rekening houden met etnische afkomst (NICE):
Overgewicht: BMI vanaf 23 – Obesitas: BMI vanaf 27,5
BMI-grenswaarden waarbij geen rekening wordt gehouden met etnische afkomst (WHO):
Overgewicht: BMI vanaf 25 – Obesitas: BMI vanaf 30
BMI-grenswaarden, rekening houdend met etnische afkomst, voor behandeling met afslankmedicijnen bij LIVET
Voor mensen van Zuid-Aziatische, Chinese, andere Aziatische, Midden-Oosterse, Afrikaanse of Afrikaans-Caribische afkomst zijn de algemene BMI-eisen van LIVET:
- BMI vanaf 27 of
- BMI vanaf 25 en ten minste één gewichtsgerelateerde risicofactor*
* Risicofactoren:
- Abnormale vet-/cholesterolwaarden in het bloed
- Ademhalingsproblemen tijdens het slapen / obstructieve slaapapneu
- Hartinfarct, beroerte of vaatproblemen in het verleden
- Gewichtsgerelateerde vormen van kanker
- Gewichtsgerelateerde gewrichtspijn
- Grote middelomtrek (mannen meer dan 102 cm / vrouwen meer dan 88 cm)
- PCOS
Toepasselijke landen:
| Afrika | Caraïbisch gebied | Midden-Oosten |
| Algerije | Bahama’s | Verenigde Arabische Emiraten |
| Angola | Barbados | Irak |
| Egypte | Cuba | Iran |
| Ethiopië | Dominicaanse Republiek | Israël |
| Ghana | Haïti | Jordanië |
| Kenia | Jamaica | Libanon |
| Liberia | Trinidad & Tobago | Saoedi-Arabië |
| Mali | Turkije | |
| Marokko | ||
| Nigeria | ||
| Somalië | ||
| Soedan | ||
| Zuid-Afrika | ||
| Tanzania | ||
| Oeganda |
| Zuid-Azië | Zuidoost-Azië | Oost-Azië |
| Bangladesh | Brunei | Japan |
| Bhutan | Cambodja | China |
| India | Filippijnen | Korea |
| Malediven | Indonesië | Mongolië |
| Nepal | Laos | Taiwan |
| Pakistan | Maleisië | |
| Sri Lanka | Myanmar (Birma) | |
| Singapore | ||
| Thailand | ||
| Vietnam |
Hoe gaan jullie om met gemengde etnische afkomst?
Bij gemengde etnische afkomst hangt het af van de meest dominante genetische kenmerken. Bijvoorbeeld: mensen van Europese afkomst geboren in Afrika, zoals Zuid-Afrikanen, tellen we niet mee als afkomst uit dat land. Bij gemengde afkomst kan dit echter wel relevant zijn.
Wat is ‘off-labelgebruik’?
Als de behandeling is gebaseerd op een lagere BMI-grenswaarde dan de algemene grenswaarden, spreken we van off-labelgebruik. Off-labelgebruik betekent dat een medicijn wordt gebruikt voor een niet-goedgekeurd doel. Het kan daarbij gaan om een andere ziekte, een andere dosering of een andere patiëntengroep dan waarvoor het medicijn oorspronkelijk was goedgekeurd, bijvoorbeeld als het effectief is gebleken.
Waarom BMI-grenswaarden die rekening houden met etnische afkomst?
Uit recent onderzoek blijkt dat vooral mensen van Aziatische, maar ook Midden-Oosterse en Afrikaanse afkomst bij een lager BMI een hoger gezondheidsrisico lopen op diabetes, hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten dan mensen van witte etnische afkomst.
Tailleomtrek en etnische afkomst
De tailleomtrek kan een nauwkeurigere inschatting geven van het gezondheidsrisico van abdominale obesitas en overgewicht.
LIVET blijft echter de huidige WHO-middelomtrek gebruiken als standaard voor het beoordelen van het risico van een grote middelomtrek voor mensen van elke etnische afkomst (102 cm voor mannen / 88 cm voor vrouwen).
En dat terwijl de International Diabetes Federation (IDF) een lagere grenswaarde hanteert (94 cm voor mannen / 80 cm voor vrouwen) en onderscheid maakt tussen mensen van verschillende etnische afkomst.
Er is echter nog meer onderzoek nodig op dit gebied.
* Wat is het NICE?
Het NICE (National Institute for Health and Care Excellence) is een onafhankelijke gezondheidsinstantie in Groot-Brittannië die advies geeft en empirisch onderbouwde gezondheidsrichtlijnen opstelt.
Daarnaast stelt het kwaliteitsnormen vast en beoordeelt het onder andere nieuwe medicijnen en behandelmethoden. Bij de beoordeling worden onder andere de economische voordelen en de voordelen voor patiënten tegen elkaar afgewogen.
De NICE-richtlijnen worden wereldwijd erkend in de gezondheidszorg. Het uitgebreide werk van het instituut bij het ontwikkelen van wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen wordt gezien als kwalitatief hoogstaand en relevant.
Veel landen zien het NICE als rolmodel voor de ontwikkeling van hun eigen nationale richtlijnen en strategieën op het gebied van gezondheidszorg en medische praktijken. Daarnaast werkt het NICE vaak samen met internationale organisaties en gezondheidsinstanties om kennis, ervaringen en best practices uit te wisselen.
Meer informatie over BMI en etnische afkomst vind je in sectie 3. Etnische afkomst.
1. BMI-categorieën
BMI-categorieën en de graad van obesitas vertellen je of je een gezond gewicht hebt, of dat je te licht of te zwaar bent, op basis van de BMI (Body Mass Index).
| BMI-waarde | Definitie |
| <18,5 | Ondergewicht |
| 18,5-24,9 | Normaal gewicht |
| ≥25 | Overgewicht |
| ≥30 | Obesitas graad I (ernstig overgewicht, verhoogd gezondheidsrisico) |
| ≥35 | Obesitas graad II (ernstig overgewicht, verhoogd gezondheidsrisico) |
| ≥40 | Obesitas graad III (ernstig overgewicht, verhoogd gezondheidsrisico) |
Bij de bovengenoemde BMI-categorieën en graden van obesitas wordt geen onderscheid gemaakt op basis van etnische afkomst.
2. Vrouwen & mannen
Het lichaamsvetpercentage verschilt tussen mannen en vrouwen. Abdominale obesitas verhoogt het risico op het ontwikkelen van complicaties.
Er zijn geen eenduidige antwoorden op de vraag hoe hoog het lichaamsvetpercentage precies zou moeten zijn, noch wereldwijd, noch in de officiële aanbevelingen. Over het algemeen wordt vaak vermeld dat het lichaamsvetpercentage bij vrouwen tussen de 20% en 30% zou moeten liggen en bij mannen tussen de 10% en 20%. Deze algemeen geformuleerde waarden houden echter geen rekening met etnische afkomst. Het lichaamsvetpercentage neemt ook toe met de leeftijd, en er kunnen veranderingen optreden in de stofwisseling, de hormonen (bijvoorbeeld tijdens de menopauze), de spiermassa en het activiteitsniveau. Het lichaamsvetpercentage kan meestal elektronisch worden gemeten, via huidplooimetingen of, het meest nauwkeurig, via een DEXA-scan.
2.1 BMI en ouderdom
Naarmate men ouder wordt, neemt de vetmassa toe, terwijl de bot- en spiermassa afneemt.
Personen boven de 65 jaar moeten zelfs iets dikker zijn om gezond te blijven. Uit gegevens van dit Amerikaanse onderzoek blijkt dat de optimale BMI-waarde voor vrouwen tussen 31 en 32 kg/m² ligt en voor mannen tussen 27 en 28 kg/m².
Verhoogd sterfterisico bij een lage BMI
In een onderzoek naar het sterfterisico bij ouderen, gepubliceerd in het American Journal of Clinical Nutrition, kon niet worden aangetoond dat overgewicht gepaard gaat met een verhoogd sterfterisico. Er was echter wel een verhoogd risico voor mensen met een BMI onder de ondergrens van het aanbevolen bereik voor volwassenen: Het sterfterisico nam toe bij ouderen met een BMI onder de 23.
2.2 Spiermassa vs. vet
De BMI houdt er geen rekening mee of het gewicht te wijten is aan spiermassa of vet, en of dat vet zich rond de buik bevindt. Als je een stevig postuur hebt en gespierd bent, kun je een hoog BMI hebben zonder overgewicht te hebben. Je kunt ook een laag BMI hebben zonder dat dit een gezondheidsprobleem vormt. Bovendien kunnen etnische factoren zoals lichaamsbouw en de verdeling van lichaamsvet het risicoprofiel van een persoon met betrekking tot complicaties beïnvloeden.
2.3 Buikomtrek en gezondheidsrisico
De WHO gebruikt de tailleomtrek om het gezondheidsrisico bij mannen en vrouwen te bepalen, omdat een grote omtrek wijst op buikvet, wat het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 verhoogt. Deze meting wordt gebruikt als aanvulling op de BMI.
| Tailleomtrek mannen | Tailleomtrek vrouwen | Aandoening |
| tot 94 cm | tot 80 cm | normaal risico |
| 94-102 cm | 80-88 cm | licht verhoogd risico |
| meer dan 102 cm | meer dan 88 cm | sterk verhoogd risico |
2.4 Taille-heup-ratio
Als aanvullende en meer gedifferentieerde graadmeter kan de taille-heup-ratio (WHR – waist-hip ratio) worden gebruikt om het gezondheidsrisico te beoordelen en verschilt per geslacht. De taille-heup-ratio geeft de verhouding tussen je tailleomtrek en je heupomtrek weer en geeft aan of je taille smaller is dan je heupen.
Zo bereken je deze verhouding:
De taille-heup-ratio wordt berekend door de tailleomtrek te delen door de heupomtrek: tailleomtrek (cm)/heupomtrek (cm).
Voorbeeld:
Bij een tailleomtrek van 100 cm en een heupomtrek van 95 cm krijg je een middel-heup-ratio van: 100/95 = 1,05.
Een hoge middel-heup-ratio vergroot het risico op welvaartsziekten. Er is sprake van een hoge middel-heup-ratio bij de volgende waarden:
> 0,85 voor vrouwen
> 0,90 voor mannen
Zo meet je je tailleomtrek en heupomtrek:
- Ga rechtop staan en meet de omtrek van je middel (het onderste punt van je onderste rib en het bovenste punt van je heup). Trek het meetlint niet te strak aan, maar laat het ook niet doorhangen.
- Meet de tailleomtrek wanneer je normaal hebt uitgeademd.
- De heupomtrek wordt gemeten op het breedste punt van je heupen.
2.5 Taille-lengte-ratio
De taille-lengte-ratio (WHtR – waist-to-height ratio) geeft de verhouding tussen de tailleomtrek en de lichaamslengte aan. Een hoge ratio gaat gepaard met een verhoogd gezondheidsrisico. De taille-lengte-ratio maakt geen onderscheid tussen geslacht, etnische afkomst of spiermassa. De methode is minder bekend dan de methoden voor het berekenen van de middelomtrek en de taille-heup-ratio, maar wordt vaak gebruikt in de gezondheidszorg.
Zo bereken je deze verhouding:
Je deelt je tailleomtrek door je lengte.
Voorbeeld
Bij een tailleomtrek van 100 cm en een lichaamslengte van 170 cm krijg je een taille-lengte-ratio van: 100/170 = 0,58.
Heb je een gezonde taille-lengte-ratio?
Als vuistregel geldt dat de tailleomtrek ongeveer de helft van de lichaamslengte moet zijn (taille-lengte-ratio van minder dan 0,5).
De volgende gegevens gelden voor zowel mannen als vrouwen en mensen van elke etnische afkomst met een BMI onder de 35, ook voor volwassenen met een grote hoeveelheid spiermassa (bron: NICE, 2022):
| Risiconiveau | Taille-lengte-ratio | Gezondheidsrisico’s |
| Gezond | 0,4 tot 0,49 | Niet verhoogd |
| Verhoogd | 0,5 tot 0,59 | Verhoogd |
| Hoog | 0,6 of hoger | Verder verhoogd |
Zie ook ’Meet je taille’.
3. Etnische afkomst
Hoger gezondheidsrisico bij een lagere BMI bij mensen van niet-witte etnische afkomst
Recente onderzoeksresultaten, gebaseerd op uitgebreide studies, wijzen erop dat vooral mensen van Aziatische, maar ook van Midden-Oosterse en Afrikaanse etnische afkomst bij een lagere BMI een groter risico lopen op diabetes, hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten dan mensen van witte etnische afkomst.
Dit heeft ertoe geleid dat de gezondheidsautoriteiten in Groot-Brittannië de grenswaarden voor overgewicht en obesitas voor mensen van niet-witte etnische afkomst lager hebben vastgesteld (de huidige Duitse grenswaarden maken geen onderscheid op basis van etnische afkomst en liggen momenteel op 25 voor overgewicht en 30 voor obesitas).
In sommige landen gelden lagere BMI-grenswaarden en andere criteria voor het beoordelen van abdominale obesitas bij mensen van bepaalde etnische afkomst.
3.1 Onderzoek en aanbevelingen
Britse aanbevelingen
De aanbevelingen van het National Institute for Health and Care Excellence (NICE) in Groot-Brittannië houden rekening met etnische afkomst bij het vaststellen en beoordelen van overgewicht en obesitas:
Voor mensen met Zuid-Aziatische, Chinese, andere Aziatische, Midden-Oosterse, Afrikaanse of Afrikaans-Caribische achtergrond worden lagere BMI-grenswaarden voor overgewicht en obesitas aanbevolen:
Overgewicht: BMI vanaf 23 tot 27,4 – Obesitas: BMI van 27,5 of hoger.
Voor mensen in deze groepen worden gradaties II en III van obesitas vastgesteld door de grenswaarden met 2,5 te verlagen.
De reden voor de lagere BMI-grenswaarden is dat deze groepen de neiging hebben om buikvet te ontwikkelen, wat hun cardiometabole risico verhoogt bij lagere BMI-waarden.
3.2 Diabetes bij een lage BMI
Uit een grootschalig bevolkingsonderzoek in Groot-Brittannië is gebleken dat een BMI van 25 bij witte personen overeenkomt met een BMI van 19 bij Zuid-Aziaten (India, Pakistan, Bangladesh, Sri Lanka, Nepal, Bhutan, de Malediven).
De onderzoeksgroep bestond uit 1.472.819 personen, waarvan 1.333.816 (90,6%) wit waren en 97.827 (6,6%) diabetes hadden. Aan het onderzoek namen 75.956 Zuid-Aziatische (5,2%), 49.349 zwarte (3,4%), 10.934 Chinese (0,7%) en 2.764 Arabische (0,2%) volwassenen deel.
De resultaten laten zien dat de BMI-grenswaarden voor het voorspellen van het ontstaan van diabetes liggen bij 30 (zwaarlijvigheid) voor witte, 28,1 voor zwarte, 26,9 voor Chinese, 26,6 voor Arabische en 23,9 voor Zuid-Aziatische volwassenen.
Zowel de WHO als het NICE bevelen een BMI-grenswaarde van 27,5 aan voor obesitas bij de Zuid-Aziatische en Chinese bevolking. Het NICE stelt bovendien voor om de lagere BMI-grenswaarde te gebruiken om diabetes type 2 bij zwarte bevolkingsgroepen te voorkomen.
Uit het onderzoek bleek dat het risico op diabetes type 2 bij witte mensen ligt bij een BMI van 30, terwijl dat risico bij Zuid-Aziatische mensen al bij een BMI van 23,9 ligt – een grenswaarde die veel lager is dan de aanbevolen, op etnische afkomst gebaseerde grenswaarde van 27,5.
3.3 Abdominale obesitas
De International Diabetes Federation (IDF*) definieert abdominale obesitas op basis van etnische afkomst:
Vanaf 94 cm voor witte mannen (inclusief mannen uit Afrika ten zuiden van de Sahara, uit het oostelijke Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten (Arabieren)) en vanaf 90 cm voor Zuid-Aziatische, Chinese en Japanse mannen (inclusief Zuid- en Midden-Amerikanen), in afwachting van verdere gegevens.
Vanaf 80 cm voor witte vrouwen en hetzelfde voor Zuidoost-Aziatische, Chinese en Japanse vrouwen. Voor mensen uit Afrika ten zuiden van de Sahara, het oostelijke Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten (Arabisch) geldt de BMI (80 cm) voor witte vrouwen, terwijl voor Zuid- en Midden-Amerikaanse vrouwen dezelfde grenswaarden gelden als voor Aziatische vrouwen (80 cm).
* De IDF is een overkoepelende organisatie voor meer dan 240 nationale diabetesverenigingen uit meer dan 170 landen.
3.4 Vrouwen en etnische afkomst
Internationale onderzoeksresultaten wijzen erop dat een hoog BMI het risico op bepaalde ziekten en diabetes verhoogt, vooral bij mensen van Aziatische afkomst.
Een groot Amerikaans onderzoek (The Nurses Health Study), waaraan 78.000 Amerikaanse vrouwen gedurende 20 jaar hebben deelgenomen, onderzocht of etnische afkomst invloed heeft op obesitas en het risico op diabetes type 2. Uit het onderzoek bleek dat een verhoogde BMI bij Aziatische vrouwen bijzonder schadelijk was. Aan het begin van het onderzoek waren de deelneemsters gezond, maar na 20 jaar hadden de Aziatische vrouwen in vergelijking met de witte vrouwen een meer dan twee keer zo hoog risico om diabetes type 2 te ontwikkelen, terwijl de Latijns-Amerikaanse en zwarte vrouwen eveneens een verhoogd diabetesrisico hadden, zij het niet in dezelfde mate. Tegelijkertijd hebben Aziatische vrouwen en mannen een verhoogd risico op vroegtijdig overlijden, onder andere door hart- en vaatziekten en alle andere oorzaken.
Bij eenzelfde BMI als witte Europese vrouwen en mannen hebben Aziatische vrouwen en mannen een 3 tot 5 procent hoger lichaamsvetpercentage.
Een aantal onderzoeken heeft aangetoond dat zwarte mensen bij eenzelfde BMI minder lichaamsvet, maar meer spiermassa hebben dan witte mensen. Hierdoor lopen zwarte mensen mogelijk minder risico op ziekten die verband houden met obesitas. In de VS is de prevalentie van obesitas bij zwarte Amerikanen zonder Latijns-Amerikaanse achtergrond echter hoger dan bij witte Amerikanen zonder Latijns-Amerikaanse achtergrond, waardoor de totale prevalentie van door obesitas veroorzaakte aandoeningen in deze groep nog steeds hoger is.
Milieufactoren lijken echter een grotere rol te spelen bij het risico op diabetes. Onderzoeksresultaten wijzen erop dat ondervoeding tijdens de foetale periode, zoals die zich voordeed tijdens de Chinese hongersnood van 1954 tot 1964, het risico op diabetes op volwassen leeftijd verhoogt, vooral wanneer men daarna een voedzame levensstijl aanneemt.
3.5 Lagere BMI-grenswaarden in andere landen
Verschillende landen hebben inmiddels hun eigen BMI-grenswaarden ingevoerd:
China en Japan
Overgewicht: BMI vanaf 24 – Obesitas: BMI vanaf 28.
India
Overgewicht: BMI vanaf 23 – Obesitas: BMI vanaf 27.
4. Kinderen en jongeren
Overgewicht bij kinderen wordt beoordeeld aan de hand van een BMI-schaal, die zowel rekening houdt met het gewicht als met de lengte. De BMI-percentielen voor kinderen variëren naargelang de leeftijd en het geslacht, omdat de lichaamssamenstelling van kinderen verandert naarmate ze groeien.
| BMI (kg/m) op het 95e percentiel | BMI (kg/m) op het 95e percentiel | |
| Leeftijd (jaren) | Mannen | Vrouwen |
| 12 | 24,2 | 25,2 |
| 12,5 | 24,7 | 25,7 |
| 13 | 25,1 | 26,3 |
| 13,5 | 25,6 | 26,8 |
| 14 | 26 | 27,2 |
| 14,5 | 26,4 | 27,7 |
| 15 | 26,8 | 28,1 |
| 15,5 | 27,2 | 28,5 |
| 16 | 27,5 | 28,9 |
| 16,5 | 27,9 | 29,3 |
| 17 | 28,2 | 29,6 |
| 17,5 | 28,6 | 30,0 |
Complicaties
– Zo gevaarlijk is overgewicht
Over het algemeen verhoogt een BMI van 30 of meer het risico op vroegtijdig overlijden of het ontwikkelen van een van de volgende aandoeningen met 25–30%.
In de groep met een hoge waarde binnen het normale bereik (BMI 20–25) komen echter al meer aandoeningen voor dan in de groep met een lage waarde binnen het normale bereik.
Overgewicht en een grotere tailleomtrek verhogen het risico op meer dan 60 ziekten en aandoeningen. Enkele daarvan staan hieronder vermeld:
Kanker
Kanker is een van de meest voorkomende doodsoorzaken in Nederland, bron: VZinfo. Obesitas kan slokdarmkanker, alvleesklierkanker, dikke darmkanker, endeldarmkanker, borstkanker (na de menopauze), baarmoederkanker, nierkanker, galblaaskanker en een agressieve vorm van prostaatkanker veroorzaken.
Overgewicht en obesitas zijn de oorzaak van 20% van alle gevallen van kanker.
Langetermijnonderzoeken hebben zowel in de VS als in Zweden aangetoond dat mensen die na een maagverkleining aanzienlijk zijn afgevallen, minder vaak kanker krijgen.
Hart- en vaatziekten
Er is een nauw verband tussen overgewicht/obesitas en hart- en vaatziekten en overlijden als gevolg van hart- en vaatziekten.
Niet alleen de mate van overgewicht verhoogt het risico op hart- en vaatziekten, maar ook de duur van het overgewicht. Daarom is het belangrijk om overgewicht bij kinderen en jongeren te voorkomen.
Een zeer goede conditie kan het risico op hart- en vaatziekten bij mannen tot meer dan drie keer verlagen. Helaas heeft bijvoorbeeld in de VS slechts 20% van de mensen met overgewicht een zeer goede conditie.
Hoge bloeddruk, diabetes type 2, hoge bloedvet- en cholesterolwaarden
Hoge bloeddruk, diabetes type 2 en hoge bloedvet-/cholesterolwaarden zijn aandoeningen die vaak door overgewicht worden veroorzaakt, en veel mensen met overgewicht hebben één of meerdere van deze aandoeningen tegelijk.
Uit onderzoek blijkt dat een gewichtstoename van 5,1–10 kg het risico op diabetes type 2 verdubbelt. Een gewichtsverlies van slechts 5% van het lichaamsgewicht verlaagt het risico echter.
80% van de sterfgevallen als gevolg van obesitas is te wijten aan complicaties zoals hierboven genoemd.
Verminderde seksuele functie
Een verminderde seksuele functie komt vaker voor bij mensen met overgewicht dan bij mensen met een normaal gewicht. Bij mannen met overgewicht treden relatief vaak erectiestoornissen op.
Bij vrouwen met overgewicht heeft obesitas een grotere invloed op de seksuele functie dan bij mannen. Ze beleven minder plezier aan geslachtsgemeenschap, het seksuele vermogen is beperkt en ze zijn onzeker over seks.
Artrose in het heupgewricht
Heupartrose wordt in verband gebracht met overgewicht. De meeste mensen die een ‘nieuwe heup’ krijgen, hebben minder heuppijn, maar mensen met overgewicht beschikken na de operatie niet over dezelfde fysieke functionaliteit als mensen met een normaal gewicht.
Leververvetting
Leververvetting doet zich vooral voor als er bij mensen met overgewicht veel vet in de buikholte aanwezig is, maar niet als het onderhuidse weefsel veel vet bevat. Leververvetting komt ook voor bij alcoholmisbruik en kan, ongeacht de oorzaak, leiden tot leverfalen en leverkanker.
Daarnaast is er een verhoogd risico op galstenen, liesbreuken, jicht en spataderen.
Onvruchtbaarheid bij vrouwen
Onvruchtbaarheid komt vaak voor bij vrouwen met overgewicht. Overgewicht veroorzaakt hormonale verstoringen, die leiden tot verminderde rijping en afgifte van eicellen. Het is voor een bevruchte eicel moeilijker om zich aan het baarmoederslijmvlies te hechten. Daardoor daalt ook de kans op een succesvolle kunstmatige inseminatie.
Door gewicht te verliezen kunnen vrouwen met overgewicht hun kans op een zwangerschap weer vergroten.
Tijdens de zwangerschap hebben vrouwen met overgewicht een verhoogd risico op miskramen, diabetes, pre-eclampsie, bloedstolsels, een keizersnede en het niet kunnen geven van borstvoeding.
Bij moeders met overgewicht is er een grotere kans op doodgeboorte, aangeboren afwijkingen, vroeggeboorten, een te hoog geboortegewicht, overlijden na de geboorte, obesitas en stofwisselingsziekten zoals PKU in de kindertijd.
Hormonale stoornissen
Er bestaat een complex verband tussen geslachtshormonen en overgewicht: veranderingen in de geslachtshormonen leiden tot overgewicht en veranderingen in het gewicht leiden tot veranderingen in de concentratie van verschillende geslachtshormonen in het bloed.
Overgewicht en een grotere middelomtrek verhogen het risico op meer dan 60 ziekten en aandoeningen. Enkele daarvan staan hieronder vermeld:
Bij een groep mannen met matig overgewicht werden verhoogde waarden voor vrouwelijke hormonen en lagere waarden voor vrije mannelijke hormonen vastgesteld. Na een gewichtsverlies van acht weken keerden deze waarden terug naar hun normale niveau. De behandeling van mannen met lage waarden van het mannelijke geslachtshormoon testosteron kan leiden tot gewichtsverlies.
Vrouwen die lijden aan PCOS (een hormoonstoornis) zijn vatbaar voor overgewicht, net zoals vrouwen na de menopauze vatbaar zijn voor obesitas rond de buik. De menopauze is de periode tussen ong. 45 en 55 jaar waarin de geslachtshormonen bij vrouwen sterk veranderen.
Psychosociale belasting
De psychosociale belasting vloeit voort uit obesitas en de daarmee gepaard gaande complicaties.
Zo hebben mensen met overgewicht weliswaar niet systematisch een hoger risico op psychiatrische aandoeningen, maar ze kampen wel vaker met depressies, angststoornissen, eetstoornissen zoals Binge Eating Disorder (BED), alcohol- of drugsmisbruik, een laag zelfbeeld, een lagere levenskwaliteit, een verstoord lichaamsbeeld, seksueel of fysiek misbruik en sociale stigmatisering.
Mensen met overgewicht, vooral degenen met extreem overgewicht, halen minder vaak een diploma, trouwen minder vaak en verdienen meestal minder geld dan mensen met een normaal gewicht.
Rugpijn
Rugpijn – vooral pijn in de onderrug – komt veel voor en zorgt voor een verminderde levenskwaliteit en lichamelijke beperkingen.
Een onderzoek onder mannen met overgewicht toonde aan dat er een duidelijk verband bestaat tussen overgewicht en de ernst van rugpijn en beperkingen, vooral als de persoon met overgewicht ook last heeft van psychische problemen zoals angst of depressie.